Transibérica 2026: een fietsavontuur door de massieven van West-Europa

Twee BBB’s, Tahys Janssen en Neal Michiels, hebben een solorit gereden van  Oudenaarde naar Bilbao. Hieronder kunnen jullie het gedetailleerde en enthousiaste verhaal lezen van Neal. De foto’s werden getrokken door Bite of Me en Carlos Mazon.

Oudenaarde - Bilbao

Transibérica 2026. Van Oudenaarde naar Bilbao. 2940km met 39.000 hoogtemeters. 149u op de fiets. 298u avontuur over Ardennen, Vogezen, Jura, Alpen, Bauges, Vercors, Centraal Massief, Pyrénées Ariégeoises, Catalaanse Pyreneeën en ten slotte Navarra en het Baskenland.
 
Tijd om ‘s avonds in bed een dagboek te schrijven was er niet, maar de herinneringen zijn fris en levendig genoeg om er achteraf op terug te blikken. Dit is het verhaal van de “race” van cap 118. Niet alleen heb ik er met volle teugen van genoten, maar ook leerde ik veel bij over “ultrafietsen”, en die opgedane kennis pen ik graag neer, voor mezelf en voor iedereen met interesse in bikepacken met een dosis adrenaline. 

Dag 1: van Oudenaarde naar Longwy

339km - 3700m - 14h27'

Oudenaarde, zaterdag 22 augustus, 6u. Bert, met wie ik een jaar eerder Liège-Paris-Liège reed, haalt me om 4u20 met de auto op in Schaarbeek. Om 5u30 staan we op de markt van Oudenaarde. Tahys, eveneens van fietsclub Brussels Big Brackets, staat ook aan de start. Voor haar is het dit jaar reeds het tweede grote avontuur, na de Lost Dot 101 in de lente, over de besneeuwde Portugese bergen. Ditmaal ziet de weersvoorspelling er goed uit: de grote hittegolven van een lange zomer zijn eindelijk voorbij.
 
Oude Kwaremont, Paterberg, Kluisbos. Ik behoor tot de thuisrenners, die de Vlaamse Ardennen goed kennen, en niet verrast kunnen worden door enkele oplopende kasseistroken, die er gelukkig droog bij liggen. Mijn deelname aan dit evenement heeft natuurlijk veel te maken met de logistieke gemakkelijkheid: vertrekken vanuit België en zien hoever we komen, in Frankrijk, of misschien na 2000km, in Spanje. Ik geef geen dropbag mee naar Bilbao, want erg veel vertrouwen heb ik er niet in, met zoveel dat kan misgaan onderweg. Voorzichtigheid zal mijn aanpak zijn, met als ultieme doelstelling om binnen de tijdslimiet in Bilbao aan te komen.
 
Dag één bolt goed. Voor het binnenrijden van La Roche en Ardenne, checkpoint (CP) 1, stop ik bij een bakker. En wie kom ik er toevallig tegen: Raf, co-voorzitter van mijn fietsclub, die net de Vélomédiane Criquiélion reed. Ik rij verder richting de Gaume en ontsnap, op enkele regendruppels na, aan een van de stortbuien die die dag over het land trekken. Het wordt donker en ik zet door tot Longwy, met verblijf in een F1-hotel, met als avondmaal op de kamer McDonald’s uit de drive-in.

Voorzichtigheid zal mijn aanpak zijn, met als ultieme doelstelling om binnen de tijdslimiet in Bilbao aan te komen

Dag 2: van de Moezel naar de Vogezen

270km - 2570m - 12h05'

Mijn gat doet zeer, en dat al na dag 1, oei! Ik stak veel tijd en energie in de voorbereiding van mijn fiets en setup, maar fietste nog geen lange tochten met een nieuw zadel. Vandaag is zondag en zijn de winkels gesloten, maar ik denk er al aan om zodra het kan een extra zadelkussen te kopen, met de hoop dat dit iets kan verhelpen aan de wrijvingen van de botten tegen het zadel. In de tussentijd kan ik enkel chamoiscrème smeren, de pijn verbijten en blijven fietsen.
In de rurale Moezelstreek tussen Metz en Saint-Die-des-Vosges rij ik haasje over met een Spaans duo. Ze klagen over het gebrek aan waterfonteinen in de dorpen. Inderdaad, in Frankrijk bevinden de waterkranen zich op de begraafplaatsen. Dit weet ik maar al te goed van de zwoele juninacht van de laatste Bikeway to Hell, een voorbereidingsevenement voor ultraraces.
 
Na Saint-Dié klimmen de transibéricos de Vogezen in, de eerste bergen van de reis tot boven 1000m hoogte. De Col de la Vierge langs het Lac des Corbeaux is steil en wanneer ik boven ben, is het donker. Vanaf de Col de Bramont is het mooi afdalen naar Kruth, maar in het duister wel extra opletten voor auto’s en dieren. Ik verblijf in een bed&breakfast, waar ik vooraf vroeg of het ok was om tegen 22u aan te komen. De dame is zeer vriendelijk en de tweede kamer blijkt geboekt door een andere deelneemster, Caroline uit Utrecht. In het dorp Ranspach is alles gesloten, maar gelukkig deed ik tijdig inkopen. Calorieën aanvullen is noodzakelijk en daarom is het belangrijk om elke vooravond de nodige voeding te kopen voor ’s avonds en ’s morgens.

Dag 3: over de Grand Ballon en Planche des Belles Filles

178km - 2800m - 10h44'

De dag begint meteen met een lange beklimming van ruim 24km met een hellingsgraad van gemiddeld 4%: de Grand Ballon vanuit Kruth. Tijdens het klimmen ontmoet ik Xabier, en dankzij de babbel vergeet ik de zitvlakpijn. Op de iconische Grand Ballon houden we een koffiepauze, vooraleer in verschillende richtingen af te dalen: Xabier kiest voor de kortste weg richting CP2 naar de Planche des Belles Filles, langs Bussang en met veel klimmen, terwijl ik zuidelijker rond het massief rij. 
 
Niet dat ik niet graag klim, maar met reeds een kleine 40.000 geplande hoogtemeters probeer ik de benen ietwat te sparen. Op de Planche des Belles Filles – aan gemiddeld 8,6% – wandel ik tijdens de steile delen. Weliswaar is dit niet enkel om krachten te sparen, maar ook om het zitvlak wat rust te geven.  
 
Donkere wolken zwerven over de Vogezen, maar het weerbericht stelt me gerust dat het grote onweer pas vanaf 21u zal toeslaan. Ik was graag tot Pontarlier gereden om daar tegen middernacht aan te komen in een hotel, maar besluit een bed&breakfast te boeken na het oversteken van de Doubs. Wanneer het onweer omstreeks 22u losbarst, ben ik veilig binnen. Bovendien bereidde de gastvrouw heerlijk avondeten. Marianne is geïnteresseerd in de Transiberische peripelen en stuurt een week later nog een bericht om te vragen hoe het avontuur is afgelopen.
 
In het b&b ontmoet ik het Duitse koppel Max en Theresa. Onze wegen zullen elkaar nog vaak kruisen tijdens deze Transibérica. Dat is een hele verdienste van hen, want als koppel verlies je meer tijd dans als solorenner. De pauzetijd is onvermijdelijk groter want de stops en problemen van één renner houden beiden staande. Ze zijn ‘s avonds en ‘s morgens strak georganiseerd om minder tijd te verliezen, maar slapen ook minder. Ikzelf verlies ‘s avonds te veel tijd: bij aankomst na een lange dag gun ik me vaak wat snippertijd. Dit is een werkpunt indien ik in de toekomst betere resultaten wil rijden.

Dag 4: van de Zwitserse en Franse Jura naar de Alpen

251km - 2860m - 12h26'

Na het nachtelijk onweer, begint de dag met natte wegen. Mijn route brengt me naar de oprit van een nationale autoweg die naar Pontarlier leidt. Fietsers zijn er toegelaten, maar aangezien ik niet rij om als eerste in Bilbao aan te komen, kies ik ervoor om rond te zwerven via kleinere parallelwegen. Meer kilometers en hoogteverschillen, maar voor de middag ben ik in Pontarlier, waar ik naar de Decathlon snel voor het sinds zondag verhoopte zadelkussentje. Laat me alvast zeggen dat deze ingreep het verhoopte resultaat zal afleveren en dat de zadelpijn dag na dag zal slinken.
 
De Jura is prachtig. Eerst het Franse deel en vervolgens de Zwitserse Jura Vaudois. Van zodra je de grens oversteekt, zie je wat Zwitserland uniek maakt in Europa: overal zijn er treinsporen en is er openbaar vervoer, tot hoog in de bergen. Opgelet voor de bus! Mijn route passeert langs het Lac de Joux en de schilderachtige Route des Amburnex door de bosweiden. Daarna volgt een afdaling naar Lac Léman, het Meer van Genève.
 
Het drukke Genève is wat minder aangenaam om in de avondspits door te steken, maar eenmaal op de fietssnelweg richting Annemasse is het even opnieuw feest op twee wielen. De eindbestemming voor vandaag is een vakantiedorp in Morillon, aan de voet van CP3 Joux Plane. Echter, en zoals verwacht, zijn de valleien in de Alpen het minst aangename deel van de reis wegens relatief druk verkeer en auto’s die soms inhalen zonder veel afstand met de fietser. Toch voelt het heerlijk aan om het grootste gebergte van West-Europa binnen te rijden tijdens de zonsondergang.

Dag 5: Joux Plane, Colombière en de hobbelige Route Caillouteuse de la Soif

120km -3360m - 10h53'

Wat een sterrenhemel bij de beklimming van de Joux Plane vroeg op de ochtend. Ben ik de eerste beklimmer van de dag? Boven op de col, op 1700 meter hoogte, steekt een kudde koeien en herders de weg over.

Opvallend moment tijdens de afdaling van de Joux Plane: de temperatuur is zacht, tot bij aankomst beneden in de vallei van de Giffre waar het opeens vochtiger en erg koud is. Een natuurelement waar je bij het bivakkeren rekening mee moet houden. 

De eerste duizend hoogtemeters van de dag verdienen een ontbijt. Ik probeer veel te eten, maar veel in een keer is niet gemakkelijk. Het belangrijkste is om de hele dag door op de fiets te eten. Ook koop ik een nieuwe cicalfatecrème bij de apotheek. Dag vijf en reeds de derde farmaceutische stop. Het zal niet de laatste zijn. 

Het verkeer is even druk op het klimmetje naar Châtillon-sur-Cluses, maar al snel wordt het weer rustig en volgt de mooie Col de la Colombière, met opnieuw net geen duizend hoogtemeters. In La Clusaz heb ik lunch op de trappen voor een kruidenier met het sympathieke vader-zoon-duo David & Miguel Angél. Even later volgt de beklimming van de toeristische Col des Aravis: tijdens de beklimming zit een commerciële fotograaf op post en op de pas zijn er niet één, maar vele restaurants en souvenirwinkels. Hier begint ook de doorsteek naar de Col de l’Arpettaz over een “gravelweg”, genaamd Route de la Soif. 

Het is ruwe gravel, met veel stenen en op en af. Het terrein van hikers en mountainbikers. Ik maak de keuze om te wandelen. Ditmaal niet zozeer voor het zitvlak, maar om niet lek te rijden of te vallen. Ik zal 3u38′ wandelen, waar het kan langs de graskant, waar het moet over de stenen. Heel wat langer dus dan de 1u16′ van de eerste finisher Pierre Sarramae. Maar ondanks de dunne sokkenschoenen is het een genietbare wandeling door een prachtig berglandschap. Ik verloor misschien 2u tegenover de durvers, maar ben vooral opgelucht dat de 14km voorbij zijn zonder kleerscheuren. De vooruitgang tel ik in uren, eerder dan kilometers, en dat zijn er vandaag opnieuw bijna elf. 

 

Dag 6: naar Mont Revard en steil de Vercors in

216km - 3900m - 11h07'

Het is ‘s morgens leuk vlak rijden over de voie verte richting Annecy, tot in Saint-Jorioz, halverwege het meer van Annecy. In de dagelijkse podcast van La Escapada Cultura Ciclista, verneem ik dat Carolina Kappes er in de nacht tegen een poortje knalde. Ze kan gelukkig wel verder na de val. De barrières op de Franse fietsroutes zijn inderdaad problematisch: bij zowat iedere kruising moet je bijna tot stilstand komen om met je gepakte fiets rond een dubbel poortje te zigzaggen. 

Een woordje uitleg over deze podcast. Enkele Canarische fietsvrienden besloten een koersradio te maken, gevoed door geluidsberichten van de renners zelf. Tijdens elf à twaalf fietsen per dag, was het bijzonder fijn en boeiend om dagelijks twee uur te luisteren naar hoe de andere deelnemers de race beleefden. Ik luister niet enkel, maar neem – dankzij mijn kennis van het Castiliaans – actief deel door geluidsopnames in te zenden.  

Ik rij het Baugesmassief in langs de Col de Leschaux en daarna is het gestaag klimmen naar CP5, de Belvedère du Mont Revard. Het uitzicht is er spectaculair, maar ik rij direct verder en pauzeer in een kleine sportwinkel. De vriendelijke dame is goed op de hoogte van de passage van de Transibérica. Ik koop er een nieuwe bidon en enkele koolhydratengels, al besef ik dat het handig is om er bij de start mee te nemen voor de eerste 2 dagen, maar je je vervolgens voornamelijk moet voeden met andere bronnen van koolhydraten die je onderweg vindt: cola en fanta, snoepjes, tussendoortjes, … Uiteraard is het belangrijk om hierbij de electrolieten niet te vergeten, die je in iedere apotheek vindt. 

De westelijke rand van de Chartreuse brengt minder klimmen dan verwacht: vanaf Chambéry naar de Col de Couz is het 11,6km rechtdoor met een hellingsgraad van slechts 2,9%. Richting de Rhône blaast vervolgens plots een strakke tegenwind. Heel lastig vind ik dat niet: gewoon blijven trappen en berusten dat het trager gaat. Er komt echter een andere weerfactor in het spel, die wel een rol zal spelen: de hitte. 

Na de Rhône volgt de beklimming van de Vercors. Wat een steile muur is de beklimming van de weinig bekende Col de Romeyère! Ik wandel delen en zoek de schaduw op. Maar al voor ik boven ben, zijn mijn beide bidons leeg. Het is afzien en ik wanneer ik in de afdaling een restaurant zie, wandel ik er binnen als een oververhitte zombie. Meer nog dan enkel de warmte, heeft de zon een impact op mijn functioneren. 

Onweerswolken verschijnen wanneer ik nog de Col de la Machine moet beklimmen. Ik maak vaart bergop. Het is eens wat anders na al dat gestaag klimmen op het grootste tandwiel. Versnellen is energievretend, maar ik wil droog aankomen in de jeugdherberg. Dat lukt, vooral omdat de hemelsluizen uiteindelijk gesloten blijven. Ik ben na een zware namiddag een gelukkig man bij aankomst in het Hostel Quartier Libre en ben zelfs nog op tijd voor het avondeten: entrée, hoofdschotel en dessert. In de slaapzaal ben ik alleen, tot wanneer ik mijn bed in duik. Een Belgische deelnemer, Steven uit Lebbeke, heeft het ook zo ver gebracht, al moet hij zonder avondmaal naar bed. 

 

Dag 7: over de col de la Bataille, de Ardèche door en tot in Le Puy-en-Velay

198km - 3600m - 10h27'

Ik verwacht een frisse ochtendlijke afdaling van de Col de la Machine vanop ruim 1000 meter hoogte, maar de lucht is erg warm. Eens beneden, volgt onmiddellijk de beklimming naar de Col de la Bataille – CP6, waar ik bij hevige windstoten cap 114 Michael voorbijrij. Het ruikt naar nakend onweer. Gelukkig houd ik het opnieuw droog, ook in de afdaling. Bij het binnenrijden van Valence begint het dan toch te onweren. Ik maak gebruik van de opgelegde pauze om binnen te wandelen in de sportwinkel, fast food te nuttigen en zelfs een wasmachine te laten draaien. 

Na de passage van het onweer is de temperatuur zo’n tien graden gezakt. Ik rij de Ardèche in bij een aangename 20 graden. Wat een fietsweer opeens! Het is een pak frisser dan toen ik in juni van vorig jaar de mythische cyclosportive Ardéchoise reed in de hitte. Een erg leuk weerzien met de regio. 

Om checkpoints te verbinden, kies je geen te kronkelende wegjes, maar ietwat grotere banen. Gelukkig valt het verkeer nog mee, al wijk ik voor het binnenrijden van Le Puy-en-Velay toch even af van mijn route voor een verkeersluwer alternatief. 

In dit pelgrimsoord deel ik een hotelkamer met Steven, die vandaag dezelfde afstand reed. Het delen van hotelkamers is bovenop het menselijk contact en de kameraadschappelijkheid een goede manier om de reiskosten te drukken, zelfs te halveren, want een kamer alleen of met twee heeft toch dezelfde prijs. Steven zegt zelf te zwaar gepakt te zijn, wat wel zo zal zijn, maar wat hem klaarblijkelijk niet verhindert om reeds voorbij halfweg het avontuur gelijke tred te houden. 

 

Dag 8: de Pas de Peyrol op Puy Mary

233km - 3550m - 12h25'

De maan is mooi zichtbaar bij het buitenrijden van Le Puy-en-Velay. Het is een erg rustige rurale streek. Een kudde koeien stapt zelfstandig over de breedte van de weg. Ik wacht tot ze me allemaal voorbij zijn gewandeld. Er zijn weinig bevoorradingsmogelijkheden, maar dat is niet erg, want zo blijf ik langer trappen. 

Op enkele druppels na, ontsnap ik nog maar eens aan een regenbui. Na een honderdtal kilometer doemt het landschap van de Puy Mary op. Het is ruim 10km klimmen naar CP7, Pas de Peyrol, eerst gestaag en pas in de laatste kilometers steil. Op de hoogtste bergpas van het Cantalgebergte staat de fotografe van het evenement. Het moment is niet toevallig gekozen want plots is er een grote concentratie aan deelnemers. Ik voel me “mid pack”, al is dat relatief, want als solo tussen heel wat duo’s, hebben de duo’s, zoals eerder gezegd, een veel grotere verdienste om reeds hier te zijn. 

Op 1589m hoogte is het fris en dus belangrijk om onmiddellijk kleren aan te doen: jasje, windbreker, nekwarmer, kniewarmers. Volle handschoenen zijn gelukkig niet nodig. Ik daal af naar Aurillac waar ik in de supermarkt inkopen doe voor de avond. Nog een 50-tal golvende kilometers te gaan tot een overnachtingsplaats in Capdenac. 

Het wordt donker. Dat is geen probleem met fietsverlichting en ik rij graag in de nacht, zeker in de zomer wanneer het niet te koud is. In een afdaling zie ik in een flits van een seconde twee hertachtigen, wellicht reeën, de baan oversteken. Een klap en ik lig tegen de grond, de fiets in de berm. Ik voel pijn in mijn linkerschouder en vrees even dat mijn sleutelbeen gebroken is. Voorzichtig beweeg ik mijn lichaam. Mijn shirt is inderdaad opengereten aan de schouder, maar ik kan de arm bewegen. Het lijkt erop dat ik niets gebroken heb. Mijn hoofd lijkt ook ok. 

Het is niet ver meer naar Capdenac, waar ook het Duitse koppel verblijft. Blijkt dat ze dokters zijn, meer nog: gespecialiseerd in traumatologie. Na wondverzorging en avondeten, ga ik slapen met de idee om wat langer te blijven liggen in plaats van op te staan na de gebruikelijke wekker van 5u en daarna huiswaarts te trekken, wellicht met de nachttrein vanuit Toulouse/Cahors naar Parijs. 

Dag 9: langs Toulouse tot in de Pyrénées ariégoises

296km - 1630m - 13h05'

Wanneer ik ‘s morgens wakker word omstreeks 6u30 is mijn schouder zoals verwacht stijf. Bij inspectie van de fiets ziet die er ongehavend uit. Ik zet tegen 8u40 aan, met als plan om te zien hoe het gaat: naar een station en met de trein terug richting Brussel of verder fietsen richting Spanje. Na enkele kilometers lijkt het erop dat ik verder kan. Ik voel me opgelucht en blij. Dat ik geen ergere gevolgen van de val heb, en dat ik verder kan fietsen, misschien wel tot in Bilbao. 

Mijn route gaat langs Toulouse: 10km langer dan de kortste weg, om hoogtemeters te omzeilen. Het blijkt de snelste keuze, want ik kom opnieuw in het spoor van Tahys van BBB. Al heeft dat vooral te maken met haar val aan de Puy Mary, waarna ze op zoek moest naar een fietsatelier om de derailleurhanger te vervangen. Belangrijk inderdaad: neem op bikepacking steeds een reserve derailleurhanger mee, want dit stuk is specifiek aan elke fiets en dus in de winkel enkel te verkrijgen op bestelling. 

Ik rij goed door en maak in Toulouse enkel een stop bij de apotheker van wacht voor pleisters. Het is er erg warm: gelukkig bieden de bomen langs de kanalen er schaduw. Ondanks mijn laat vertrek is het nog relatief vroeg en besluit ik om verder te rijden richting de Pyreneeën. Het is opnieuw kantje boord met onweersbuien en wederom heb ik geluk. Fastfood komt ideaal na een warme dag met veel emotie: niet alleen de hamburgers, maar ook een liter cola beantwoordt goed de noden van het lichaam.

Het wordt intussen donker, maar ik kan na dit avondmaal met een gerust hart verderrijden: het klimt licht de Pyreneeën in en dus moet ik aan een lage klimsnelheid geen schrik hebben voor wilde dieren. Het appartement in Ax-les-Thermes is klein; ideaal voor 1 persoon. Doordat ik pas na middernacht aankom, goed ben vooruitgegaan en wat herstel kan gebruiken na de val, besluit ik om langer te slapen.

Dag 10: de Pyreneeën beklimmen over Pradel, Pailhères en la Creueta

152km - 3760m - 9h50'

De ochtend in Ax-les-Thermes is een goed moment om een wasmachine te laten draaien. Om hygiënische redenen is het belangrijk om de bebloede en bezwete kleren te wassen. Dit neemt wat tijd in beslag, evenals de vanaf nu dagelijkse wondverzorging. Geen probleem, ik lig goed voor op de tijdslimiet. 

De Col de Pradel is nog maar mijn tweede beklimming in de Pyreneeën, na de Artzamendi in 2022, het jaar waarin ik met de koersfiets begon te fietsen. Pradel is een mooie beklimming, en op de podcast verneem ik dat de noordkant nog veel mooier is. Een beloning dus voor wie extra kilometers klom om niet om te rijden langs Toulouse: zij beklimmen Pradel van de andere kant. Ik daal onmiddellijk af, met de nodige voorzichtigheid voor de koeien op de weg. Aansluitend volgt de beklimming van CP8, Col de Pailhères, tot op 2001m hoogte, het hoogste punt van deze Transibérica. 

De afdaling is door een natte wolk, koud en met weinig zicht. In het dorpje Quérigut is het tijd voor een koffie en een snelle lunch. Andere deelnemers stoppen er ook. De tocht gaat daarop verder richting Puigcerdà, een Catalaans stadje van 10.000 inwoners met hotels. In de sportwinkel koop ik een nieuwe tube chamoiscrème. Dat is dan een apotheekbezoek voor vaseline als ersatzproduct uitgespaard! Omdat het nog vroeg is en ik de mogelijkheid heb om in La Pobla de Lillet een verblijf te delen met het Duitse koppel, klim ik verder naar de Coll de Creueta. Het is een wondermooie nacht in de bergen met een indrukwekkende sterrenhemel. 

De keerzijde van de medaille is de nachtelijke afdaling van 20km aan 5%. Vossen, kikkers, reeën in vol natuurgebied. Ik daal er af in de remmen aan gemiddeld 23km/u. Het verblijf in een mooi huis in het schilderachtige Pobla de Lillet is wederom uitstekend. Het ziet ernaar uit dat ik mijn mat en bivvy deze reis niet zal gebruiken, al weet je maar nooit. 

Dag 11: de Catalaanse Pyreneeën met de steile Coll de Pradell

229km - 3290m - 11h34'

TI26 rijdt door veel mooie streken, maar de Catalaanse Pyreneeën zijn toch wel het absolute hoogtepunt. Wat een wilde natuur, bergen en pittoreske dorpen, waar je verplicht moet stoppen om te bevoorraden om onderweg niet zonder water of eten te vallen. 

CP9 – Coll de Pradell is een bom met in de laatste 4km stukken met een hellingsgraad boven de 20%. Ik denk terug aan eerdere ritten op Bola del Mundo of de Mont Chéry. Een deelnemer nam speciaal voor deze beklimming wandelschoenen mee. Sommigen proberen op de fiets te blijven, door in lussen te rijden om de hellingshoek af te zwakken. 

In het dorp Gósol volgt een bijeenkomst van een aantal deelnemers. Door stevige etapes in de voorbije dagen heb ik de ervaren solorijders Carolina en Edwin bijgebeend. Ook de vlotter beklimbare Coll de Josa en de Coll de Port stellen niet teleur: wat een uitzicht op de bergen en valleien. Ik voel me gelukkig om reeds zo ver te zijn geraakt, in een prachtige streek ver van huis, waar fietsen pure vrijheid is. 

In het skidorp Port del Comte volgt een ietwat gekke ontmoeting: een dotwatcher biedt de renners tortilla en frisse pintjes aan. De tortilla en het brood smaken enorm en ik heb zeker zin in een frisse 0,0, maar een alcoholvrije optie ontbreekt!

Het was al een zonnige dag in de bergen, en eenmaal afgedaald tot in Solsona komt er nu ook de warmte bij. Aanvankelijk was het de bedoeling van de organisatoren van TI om ons over de heuvels van het voorgebergte richting Jaca te laten rijden, naar het klooster van San Juan de la Peña. Maar door bosbranden werd dit CP10 onbereikbaar. De snelste weg van Solsona naar Bilbao werd hierdoor verlegd naar de vlakke Monegrossteppe. ‘s avonds is de temperatuur gelukkig beter om te fietsen en ik rij tot een hotel in Binéfar. 

Dag 12: onder de blakende zon door de steppe van Aragón

268km - 1650m - 11h39'

Ik wil vroeg vertrekken om zoveel mogelijk vlakke kilometers te rijden vóór de hitte vanaf de middag, maar het is moeilijk om beter te doen dan de gebruikelijke formule van “5u wekker, 6u30 op de fiets”. Om 5u te slapen, kost een nachtelijke onderbreking me ruim 9u tijd. Dit staat in schril contrast met de betere renners, die de verplichte onderbrekingen van 4u optimaal benutten om enkele uren te slapen. Pierre Sarramea sliep ook elke nacht op hotel, behalve de laatste, en finishte als 1ste in 7,5 dagen door een combinatie van snel rijden en efficiënt nachtelijk onderbreken. Andere snelle renners bivakkeerden verschillende nachten. 

De ochtend- en voormiddagrit door de Monegrossteppe verloopt wel vlot. Ik stop enkel voor water en een bakker en kom om 14u aan in Ejea de los Caballeros. Een verkoelende middagpauze van een uur is het minimum, maar om een zonneslag te voorkomen, besluit ik om 2u te onderbreken en pas na 16u opnieuw te vertrekken. Ik vraag me af hoe het zou zijn om twee weken door een hittegolf te fietsen. In die zin hebben we deze editie erg veel geluk gehad, met pakweg evenveel 20°C-momenten als hittedagen. 

Dit deel van Aragón is niet alleen fysiek zwaar door de warmte, maar ook mentaal een harde streek om door te fietsen. Hier heerst de varkensindustrie met “boerderijen” die de esthetiek hebben van concentratiekampen voor dieren. Voor dier en mens moet het hier een triestig leven zijn. 

‘s Avonds rijd ik Navarra binnen, tot in Estella-Lizarra. Het is hier druk met pelgrims, want hier passeert de “Camino francés”, de drukste van alle wegen naar Santiago de Compostela. Ze zullen binnen enkele dagen bij 40°C door Castilië wandelen. Ik zet mijn zinnen dan weer noordelijker, op het Baskenland, en besef plots dat ik op 200km van Bilbao ben. Dat is mijn dagelijkse fietsafstand tijdens deze beproeving: als alles goed gaat, kom ik morgen aan!

Dag 13: van Monte Urbasa naar Bilbao

205km - 2650m - 9h12'

Het finale parcours naar Bilbao is een vaste route die begint in het natuurgebied van Monte Urbasa. Ik hou vast aan de gebruikelijke wekker om 5u en wil zo vroeg mogelijk aankomen in Bilbao. Voor een keer niet in het donker. 

De temperatuur in Estella-Lizarra is zacht, maar bij het binnenrijden van het bos- en plantrijke natuurgebied van Monte Urbasa wordt het opeens erg vochtig en fris. Wat verfrissing is op zich deugddeund wanneer je weet dat het opnieuw een warme dag zal worden, maar de afdaling van de berg is bij de koudste momenten van de afgelopen twee weken. 

Door de wolken heen, duik ik naar beneden tot het dorp Alsasua, waar het tijd is voor ontbijt. Zoals vaker vind je de deelnemers terug in hetzelfde café. Soms is er maar één café, maar wanneer er verschillende opties zijn, zie je meteen waar er fietsen buiten staan. Op de fiets ben je vele uren alleen, maar tijdens de zeldzame koffiepauzes is het fijn om een babbel te slaan met andere renners. 

In het Baskenland gaat het voortdurend op en neer, maar de organisatoren zijn voor een keer vriendelijk geweest. De beklimmingen bollen vlot en ik zet de motor aan. Twaalf dagen lang heb ik energiespaarzaam gereden en soms gewandeld. Vandaag, de laatste dag, mag ik eindelijk mijn “gran fondo” Baskenland rijden. Wanneer ik Valentin bijbeen, zegt hij : “ik wist niet dat jij een echte coureur bent”. De aanpak van de dag loont: om 16u vlam ik de Alto de Laukiz op, het punt waarop de eindtijd wordt opgenomen. Van daar is het een uurtje uitbollen langs de ria tot in Bilbao. 

Van het dozijn finishers die namiddag, kom ik als eerste aan, als 70ste solo, wat me de mogelijkheid geeft om met een drankje en pinxo de kameraden van de voorbije dagen te zien aankomen. Ik voel me gelukkig en voldaan, en besef dat ik hier nog lang van zal kunnen na genieten. 

Solo, maar met veel dank aan...

Het menselijk lichaam is tot veel in staat, en in die zin was TI26 nooit een onmogelijke opdracht, zo lang je niet ziek wordt of moet stoppen door een te erge blessure. Toch kwam er veel bij kijken, een hele resem factoren die een impact hebben gehad op mijn slaagkansen. 

Ten eerste is er de lange voorbereiding. Het gaat hierbij niet enkel om wekelijks te fietsen, maar meer nog over het opdoen van ervaring met bikepackingreizen en
-wedstrijden. Hiervoor moet ik Bert bedanken, met wie ik ervaring opdeed in beide domeinen: van bikepacken over heuvels en bergen in Frankrijk, Zwitserland en Duitsland tot de evenementen en races Bikeway to Hell, Long Race Home en vooral Liège-Paris-Liège 2025, een wedstrijd van 1200km in duo, waarin we in ruim 90 intense uren enorm veel bijleerden over “ultra”. Daarom ook een bedanking aan de organisatoren van LPL, BwtH en TLRH. 

Een fiets is erg belangrijk voor een fietswedstrijd, dat spreekt voor zich. Felix, Gehan en Xavier van Coureur Brussels stonden me bij bij het afstellen van de fiets, het monteren van de aerobars, de laatste afstellingen om de fiets rijklaar te maken voor TI,… De fiets was tip-top in orde, en ik reed nog nooit zo comfortabel als met de GP5000-banden in 35mm en met een gewaxte ketting. 

Het evenement wekte veel enthousiasme in mijn omgeving, in de eerste plaats in mijn fietsclub Brussels Big Brackets, waar de randonneurssectie erg actief is. Zo kom ik bij de “dotwatchers”, de geïnteresseerden die de trackers volgen op de kaart. Ik ontving veel berichtjes met aanmoedigingen, in het bijzonder bij het naderen van een af te vinken CP. Mijn familie volgde ook nauwgelet mijn tracker, en ik maakte van de beklimmingen gebruik om zonder wind in de micro met het thuisfront te bellen. Mijn val was een moeilijk moment, maar mijn partner, ouders en broer hebben ongetwijfeld ook plezier beleefd aan het dotwatchen. 

Uiteraard een dankwoord voor het team organisatoren van Transibérica. De race verliep zoals zij het hadden uitgestippeld, met als resultaat, ondanks het zware parcours, een groot aantal finishers in Bilbao. Iedereen leek erg tevreden. Het was fijn om op de Puy Mary en op de Col de Pailhères, twee van de absolute hoogtepunten van de reis, in beeld gebracht te worden door de fotografe Babska. 

De grootste “moral support” (ik benoem het, want het is in “unsupported” racen een punt van discussie hoe ver dit mag gaan) kwam van de andere deelnemers die ik onderweg tegenkwam. Stel je voor dat je de challenge helemaal alleen zou rijden, dat zou toch een andere beleving zijn. De herinneringen aan TI26 die me het langste zullen bijblijven zijn de koffie- en lunch-stops waarbij ik een kleine babbel kon slaan met andere renners. Ik had erg veel geluk om na mijn val samen met de dokters Max en Theresa te verblijven in Capdenac. Ten slotte was er de dagelijkse podcast van La Escapada Cultura Ciclista, die ik toelichtte in het verslag van dag zes. Het belang hiervan was niet te onderschatten op het vlak van beleving van de race.

Het waren twee intense weken waar ik nog vaak op zal terugblikken. Wanneer je de smaak van het langeafstandsfietsen te pakken hebt, wil je meteen volgende doelen inplannen. Gelukkig is er nog een winter tussen met tijd om te rusten en te bouwen aan een nieuwe voorbereiding: de seizoenscyclus van het ultrafietsen. Op mijn wishlist voor volgend jaar staan alvast de vierjaarlijkse randonneurshoogmis van Paris-Brest-Paris en ook Transpyrenées van de organisatie Transibérica. We zullen zien wat de toekomst brengt.

Neal Michiels

Shopping Cart